Home
Wat is trombose
Trombose arm
Trombose behandelingen
Gevolgen van een trombose
Trombosebeen behandelingen
Trombosebeen voor Professionals
Alles over een Trombosebeen
Bloedverdunners

Een belangrijk onderdeel van de behandeling van een trombosebeen is het voorschrijven van bloedverdunners.

Bloed bevat een aantal stoffen die reageren op signalen die afgegeven worden bij bijvoorbeeld ontsteking of kapot weefsel. Hiermee kan het lichaam reageren op bijvoorbeeld een wond of een kapot bloedvat, door de beschadiging te bedekken met een bloedklont, waarna de reparatie kan beginnen.

In het geval van een trombosebeen heeft het lichaam echter een stolsel gevormd, op een plek waar dit niet gewenst is en tot klachten kan leiden. Om te voorkomen dat het lichaam nogmaals een stolsel creëert zijn er verschillende medicijnen die dit proces kunnen blokkeren. Deze medicijnen worden in de volksmond bloedverdunners genoemd.

De term bloedverdunner is echter niet helemaal goed gekozen, aangezien deze medicijnen het bloed helemaal niet dunner maken. Wat ze wel doen is het blokkeren van een van de mechanismen waardoor bloed kan stollen en een trombus kan vormen. Vandaar dat de correcte benaming voor deze medicijnen “antistolling” is.

Een andere, meer medische term voor deze medicijnen is “anticoagulantia” en er zijn een aantal soorten medicijnen die elk een ander mechanisme hebben waar hun werking op berust:
Heparines
Heparines versterken de werking van antitrombine III, een eiwit dat een aantal enzymen betrokken bij het stollen van bloed uitschakelt. Hiermee zorgt heparine dat er geen nieuwe stolsels meer kunnen ontstaan. Heparine is een zeer effectief middel, echter heeft het als nadeel dat het erg kort werkt en alleen middels injecties gegeven kan worden.

Het wordt daarom over het algemeen alleen maar kort gebruikt ter overbrugging totdat men over kan gaan op een andere vorm van antistolling die langer werkt en in pilvorm toe te dienen is.

Er bestaan verschillende heparines, tegenwoordig gebruikt men vooral de zogenaamde laag moleculaire derivaten, afgekort in het engels ook wel LMWH genoemd. Deze stoffen hebben een betere werking dan “pure” heparine. Voorbeelden van LMWH zijn “innohep”, “fragmin”, “fraxodi” en “fraxiparine”.

Coumarine derivaten
Coumarines hebben als eigenschap dat ze vitamine K blokkeren. In de lever wordt vitamine K gebruikt om een aantal enzymen en eiwitten te maken die nodig zijn om bloed te laten stollen. Wanneer vitamine K geblokkeerd wordt kunnen deze stoffen niet meer gemaakt worden en zal het bloed minder makkelijk stolsels kunnen maken.

Vaak worden deze middelen voorgeschreven nadat het bloed voldoende “dun” is gemaakt met heparine. Coumarines zijn in pilvorm beschikbaar en kunnen makkelijk ingenomen worden.

Een nadeel van coumarines is echter dat ze slechts bij een hele specifieke dosering werken, een dosering die ook nog eens per persoon verschillend is. Mensen die coumarines gebruiken zullen dus geregeld de “stolbaarheid” van het bloed moeten laten controleren, wat vaak bij de trombosedienst gebeurd. De “stolbaarheid” van het bloed wordt ook wel de “INR” genoemd. Tegenwoordig zijn er gelukkig ook thuismeet apparaten beschikbaar, die met een vingerprik de INR kunnen meten.

Een ander nadeel van coumarines is de zeldzame, maar wel ernstige complicatie die gebruik met zich mee kan brengen, namelijk het optreden van ernstige bloedingen, vaak bij mensen die overgedoseerd zijn. Deze complicatie is een van de redenen waarom een goede instelling van de INR zo belangrijk is.

Voorbeelden van coumarines zijn: “sintrom”, “acenocoumarol”, “marcoumar” en “fenprocoumon”.

factor Xa remmers
Mede door de noodzaak gebruikers constant te controleren en het makkelijke overdoseren , vooral bij gebruik van de traditionele antistolling zoals coumarines, is men op zoek gegaan naar nieuwe manieren van antistolling.

De factor Xa remmers zijn een veelbelovende kandidaat voor de volgende generatie antistolling. Deze medicijnen blokkeren factor X, een enzym in de lever dat gebruikt wordt om eiwitten te maken die nodig zijn bij de stolling van bloed. Als gevolg van de blokkade kunnen deze eiwitten niet gemaakt worden en zal het bloed dus minder goed kunnen stollen.

Ze hebben als grootste voordeel dat er geen INR controles meer hoeven plaats te vinden omdat overdosering niet mogelijk is en de werking voorspelbaar is.

Verscheidene grote studies hebben aangetoond dat deze middelen een veilige en effectieve vervanging voor de traditionele coumarines zijn. In Nederland zijn deze middelen echter nog niet officieel goedgekeurd voor langdurige behandeling van trombose. Ze worden dus ook nog niet vergoed door de zorgverzekeraars.

Enkele voorbeelden van factor Xa remmers zijn:
“Xarelto (rivaroxaban)” en “Eliquis (apixiban)

Trombine remmers
Een andere nieuwe groep antistollingsmiddelen zijn de trombine remmers, de werking hiervan berust op de remming van trombine, een eiwit in het bloed dat gebruikt wordt om een aantal stollingsfactoren “aan” te zetten. Remming van dit eiwit zorgt ervoor dat deze factoren niet actief gemaakt kunnen worden en de stolling van bloed tegen wordt gegaan.

Deze middelen hebben dezelfde voordelen als de factor Xa remmers, geen noodzaak tot regelmatige controle van de INR en een beter voorspelbaar effect.

Helaas zijn ook deze middelen nog niet officieel goedgekeurd in Nederland voor de behandeling van trombose, hoewel ook bij deze middelen de effectiviteit en veiligheid al bewezen is.

Een voorbeeld van een trombine remmer is:
“Pradaxa (dabigatran)”

DCoP