Home
Wat is trombose
Trombose arm
Trombose behandelingen
Gevolgen van een trombose
Trombosebeen behandelingen
Trombosebeen voor Professionals
Alles over een Trombosebeen
Compressie

In een trombosebeen is de normale bloedstroom verstoord. Het stolsel in de ader zorgt voor een vicieuze cirkel waarbij de verstoorde bloedstroom en toegenomen druk in de bloedvaten zorgt voor extra stilstand van bloed en dit kan tot groei van het stolsel leiden. Normaal wordt het bloed in het been afgevoerd door de kuitspieren aan te spannen. Deze spieren drukken de aderen samen waardoor het bloed omhoog geperst wordt. De kleppen in de aderen van het been zorgen dat het bloed de goede kant op gaat, richting het hart, en niet terug kan stromen.

Vaak heeft trombose ook tot gevolg dat de kleppen, die in de aderen zorgen dat het bloed de goede kant op stroomt, kapot gaan. Dit heeft tot gevolg dat ook lang nadat het stolsel al weg is het bloed nog steeds de neiging heeft de verkeerde kant op te stromen. Ondersteuning van de kuitspier helpt in dit geval ook, door het bloed de goede kant op te duwen.

Als er een stolsel in een grote ader zit is de druk die de kuitspier geeft niet groot genoeg om het bloed effectief af te voeren. Daarom is het belangrijk de kuitspier te ondersteunen en dit wordt gedaan met behulp van compressie van buitenaf. Er zijn meerdere manieren om compressie te geven op een trombosebeen. Meestal wordt er gebruik gemaakt van elastische zwachtels in de eerste paar dagen, later worden er elastische steunkousen meegegeven voor thuisgebruik. Zwachtels hebben als voordeel ten opzichte van kousen dat ze een hogere druk kunnen geven en bij het nog sterk in omvang wisselend been makkelijk kunnen worden aangepast, echter moeten ze daarom wel regelmatig opnieuw worden aangebracht.
Als het trombosebeen net ontstaan is en het bloed niet goed weg kan uit het been, zal de druk in de bloedvaten toenemen. Hierdoor treedt vocht uit de bloedvaten. Het been zal opzwellen. Het is belangrijk om met behulp van elastische zwachtels zoveel mogelijk bloed en vocht uit het been weg te drukken. Dit wordt vaak in de eerste dagen gedaan, vaak in het ziekenhuis. Als het been weer wat slanker is, en niet meer veel in diameter wisselt, kan over worden gegaan op elastische steunkousen, al dan niet op maat gemaakt.
Er bestaan verschillende soorten zwachtels, de zogenaamde lange en korte rek zwachtels. Lange rek zwachtels zijn elastischer in de lengte en rekken dus meer op bij het aanbrengen. Dit heeft tot gevolg dat ze constant druk op het been geven. Korte rek zwachtels zijn bijna niet elastisch in de lengterichting, ze vormen als het ware een stijve koker om het been heen. Als de kuitspier aanspant komt er spanning op te staan en dat geeft druk. Tegenwoordig gebruikt men eigenlijk alleen nog maar korte rek zwachtels.

Elastische steunkousen zijn er ook in verschillende soorten. Zo zijn er kousen die slechts tot de knie gaan (AD), of tot de lies (AG). Modellen in de vorm van een panty bestaan ook. (AT). De hoeveelheid druk die een kous uitoefent wordt uitgedrukt in een 3-tal klassen, waarbij klasse 3 de meeste druk geeft en klasse 1 de minste.

In het geval van een trombosebeen wordt vaak een AD klasse 3 kous voorgeschreven, meestal voor een periode van 2 jaar in het geval van een eenmalig trombosebeen. Afhankelijk van het beloop en de klachten kan er worden gekozen voor langere behandeling met steunkousen, soms zelfs levenslang. Omdat het voornaamste doel van steunkousen ondersteuning van de kuitspier bij het wegpompen van bloed is hebben pantykousen en kousen tot de heup over het algemeen geen toegevoegde waarde, tenzij er sprake is van veel vocht in het bovenbeen of in de lies of wanneer de patiënt zelf het fijner vindt om lange kousen te dragen.




DCoP