Home
Wat is trombose
Trombose arm
Trombose behandelingen
Gevolgen van een trombose
Trombosebeen behandelingen
Trombosebeen voor Professionals
Alles over een Trombosebeen
Oorzaken

Er zijn een aantal verschillen tussen de aderen in de armen en de aders in de benen:
- de druk in de armen is lager omdat een arm in tegenstelling tot een been minder vaak verticaal gehouden wordt.
- bloed staat minder vaak stil in de armen, tenzij er sprake is van immobilisatie door of na een gipsverband of een operatie aan de arm.

Trombose van de arm kan in twee soorten verdeeld worden; primaire trombose en secundaire trombose.

Als er sprake is van primaire trombose ligt de oorzaak in de arm zelf, meestal in het gebied waar de aderen uit de arm het lichaam in gaan. Vaak is er sprake van een vernauwde doorgang tussen eerste rib en sleutelbeen door, het zogenaamde “thoracic outlet syndrome”.

Bij het “thoracic outlet syndrome” wordt het gedeelte van de vena subclavia, de grote ader die het bloed uit de arm afvoert naar het hart, beklemt door het costoclaviculaire ligament, de peesachtige verbinding tussen de 1e rib en het sleutelbeen.

Deze beklemming zorgt voor constante irritatie van de ader, waardoor de binnenwand kan beschadigen en op die manier de bloedstolling activeert. Als dit lang genoeg bestaat kan er een bloedstolsel ontstaan dat de afvoer van bloed uit de arm blokkeert.


 
Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2197

Op zichzelf hoeft deze beklemming niet altijd tot een trombose te leiden, maar vaak is er ook sprake van een overmatige ontwikkeling van de scalenus anterior spier, veroorzaakt door gewichtheffen, badminton, baseball of andere sporten waarbij de armen zwaar belast worden, die de doorgang van de ader ook ernstig beperkt.

Dit is de reden dat een trombosearm vaak optreedt bij gezonde jonge mensen, vaak mannen. Ook herhaalde bewegingen met de armen boven het hoofd, zoals automonteurs die onder een auto werken, of schilders die een plafond schilderen, kunnen leiden tot de eerder genoemde beschadiging van de ader in de arm. Dit heet het syndroom van Paget-Schroetter, ook wel inspanningsgerelateerde trombose genoemd.

Ongeveer 20% van alle trombosearmen is het gevolg van een “thoracic outlet syndrome”, al dan niet in combinatie met het syndroom van Paget-Schroetter.

Het merendeel van de trombosearmen is echter secundair, wat wil zeggen dat de trombose het gevolg van een externe oorzaak of aandoening is.

De meest voorkomende externe oorzaak is een centraal veneuze katheter, een soort infuus. Deze katheters worden vaak in een grote ader in de arm of borst ingebracht.
Het materiaal van de katheter is niet lichaamseigen, waardoor bloed er makkelijk op blijft plakken. Dit kan een stolsel tot gevolg hebben. Tegelijkertijd wordt er bij het aanbrengen van de katheter een gat in de vaatwand geprikt, waardoor de binnenkant van het bloedvat niet meer glad is, ook hier kunnen zich stolsels op vormen.

Een van de aandoeningen die grote invloed op de bloedstolling heeft is kanker. Een kankergezwel geeft chemische stoffen af die de bloedstolling beïnvloeden, waardoor er ongewilde stolsels optreden. Bij kanker is er ook vaak sprake van chemotherapie, welke dan ook weer vaak via een centraal veneuze katheter wordt gegeven. Deze factoren leiden allemaal tot een toegenomen kans op trombose, in combinatie met een centraal veneuze katheter kan dit tot een trombosearm leiden.

Andere externe oorzaken die specifiek tot een trombosearm kunnen leiden zijn ongelukken waarbij de arm of schouder verwond wordt.

Ook de oorzaken die in het algemeen een verhoogd risico op trombose geven, zwangerschap, het gebruik van de pil en aangeboren stollingsafwijkingen, kunnen een armtrombose tot gevolg hebben.


DCoP